| [© 2004 ZWAGA.COM, vrij te gebruiken, mits deze bron wordt vermeld. De door ons gebruikte bronnen dienen ook vermeld te worden] |
|
[ |
|
|
|
Ethernet
apparatuur voor dikke COAX (= verouderd) 10Base5 Ethernet gebruikt een bustopology. Deze was in de tijd met COAX-bekabeling heel duidelijk te herkennen. Met dikke COAX (RG8) werd een kabel strategisch door een gebouw gelegd. Beide uiteinden werden voorzien van een terminator, om te voorkomen dat een signaal werd teruggekaatst als het eind was bereikt. Op de kabel werden in de buurt van de plaatst van een werkstation transceivers bevestigd.
Een transceiver prikte door de mantel pinnetjes om de kern en de metaalmantel te bereiken (werd vampire tap genoemd). De transceiver werd vervolgens met een dropcable (max 50 m) verbonden met de netwerkkaart. Hiervoor werden AUI-connectoren gebruikt. Minimale afstand tussen 2 transceivers is 2,5 m.
Het kabelsegment tussen de terminators mag maximaal 500 m zijn volgens de Ethernet specificaties, om geen probleem met demping te krijgen. Demping is het zwakker worden van het signaal (attennuation). Moet het signaal een grotere afstand overbruggen dan kon gebruik gemaakt worden van een repeater (versterker). Ethernet specificeert hiervoor de 5-4-3 regel. Er mogen 5 kabelsegmenten van elk 500 m. door 4 repeaters aan elkaar worden gekoppeld, waarbij aan maximaal 3 kabelsegmenten computers (tot 1024) worden gekoppeld. Hierdoor is de maximale afstand met dikke COAX 2,5 km. Dat maar 3 segmenten van computers mogen worden voorzien, heeft te maken met de vertraging welke optreedt als het signaal door de kabel gaat. Een frame moet binnen een bepaalde tijd de hele kabel over kunnen. Een signaal gaat met 0,77 x de snelheid van het licht door een kabel met computers. Dit levert een signaal vertraging (propagation delay) op die afhankelijk is van de lengte van de kabel (kabellengte/ 0.77 x 300.000.000m/s). Bij een maximale lengte van 500 m is dat 2,165 μs (1μs=1/1000.000 seconde)
|
|
Ethernet apparatuur voor dunne COAX (= verouderd) 10Base2
Voor dunne COAX gelden de zelfde regels, maar de Ethernet specificaties zijn anders en de gebruikte connectoren en apparaten zijn ook anders. Elk kabelsegment kan slechts 185 m lang zijn, waardoor de totale lengte op 5 x 185 m komt.
Verder worden BNC-connectors gebruikt en heeft een netwerkkaart meestal een ingebouwde transceiver. De kabel is veel dunner, waardoor de kabel rechtstreeks naar het werkstation gevoerd kan worden. Met behulp van een BNC-Tstuk kan de kabel aan de Netwerkkaart worden bevestigd. De terminators worden meestal op het T-stuk bevestigd waarmee de laatste computer aan de kabel is gekoppeld
Ook voor dunne COAX werden repeaters gebruikt om het segment te verlengen (ook hierbij geldt de 5-4-3 regel) Een signaal gaat met 0,65 x de snelheid van het licht door een kabel met computers. Dit levert een signaal vertraging (propagation delay) op die afhankelijk is van de lengte van de kabel (kabellengte/ 0.65 x 300.000.000m/s). Bij een maximale lengte van 185 m is dat 0,949 μs (1μs=1/1000.000 seconde)
|
|
Repeater
De repeaters zijn niets meer dan versterkers van het signaal, en hebben verder geen intelligentie. In principe heeft een repeater twee poorten om de twee kabeleinden te verbinden. Later kwamen ook multipoort repeaters op de markt voor COAX met meer dan 2 BNC aansluitingen. Dergelijke multipoort repeaters werden hubs genoemd. Een repeater werkt in de fysieke laag van het OSI-model.
|
|
Bridge Voor zowel dikke als dunne COAX konden ook bridges gebruikt worden. Apparaten met twee poorten en een beetje intelligentie. Bridges maken gebruik van de hardware-adressen van de apparaten die zijn aangesloten aan beide zijden van de bridge. (Die zijn gespecificeerd in de tweede laag van het OSI-model, en nog preciezer in de Media Access Control laag van IEEE 802.3, waardoor gesteld kan worden dat een bridge in de MAC-laag werkt). De bridge registreert welk MAC-adres achter elke poort zit in een tabel. Netwerkverkeer bestemd voor een apparaat wordt eerst geëvalueerd op basis van die tabel, waarna het verkeer alleen wordt doorgelaten als de bestemming ook daadwerkelijk achter de bridge ligt. Een bridge voorkomt daardoor onnodig netwerkverkeer naar een ander kabelsegment. |
|
Router De router in een coax-netwerk heeft twee poorten en kan als verkeersagent tussen verschillende netwerken functioneren. De router werkt op de netwerklaag van het OSI-model en is in staat om op basis van een route-tabel te bepalen hoe een packet moet worden doorgestuurd om zijn bestemming te bereiken. De route-tabel van de router bevat de logische netwerkadressen van de verbonden netwerksegmenten. Verder bevat de route-tabel een adres van een naburige router waar al het verkeer naar toe wordt gestuurd, bestemd voor netwerksegmenten welke de router zelf niet kent (de z.g. default gateway). |
|
|
|
[ |
|
Disclainer: Deze informatie gebruiken is volledig voor het eigen risico van de lezer. Niets is blindelings gekopieerd uit andere bronnen. Het is eventueel vertaald, bewerkt, gecorrigeerd en zoveel mogelijk gecontroleerd. ZWAGA.COM is niet verantwoordelijk voor mogelijke fouten in deze informatie. Voor zover materiaal "gepikt" is van andere sites, is die bron vermeld. Het is absoluut niet onze intentie met de eer te gaan strijken welke ons niet toekomt. Wij willen uitsluitend informeren. No information is blindly copied from other sites or resources. It is alle translated, edited, corrected and, as much as possible, verified. However, I cannot garanty that all of of the above is correct. |