<terug>

56K Modems

Om de gegevens die door een computer aan een modem worden doorgegeven goed om te zetten in signaaltjes die over een telefoonlijn kunnen worden verstuurd, zijn er drie componenten nodig.

Ten eerste is er natuurlijk het fysieke deel nodig, de hardware. Dit is het kastje dat u naast of op de computer zet of de kaart die in de computer gemonteerd moet worden, met al zijn onderdelen. Als we in gedachten inzoomen op de hardware van de modem, dan komen we een belangrijk onderdeel tegen, de 'datapomp'. Dit is het deel dat de eigenlijke omzetting van computergegevens (nulletjes en eentjes) naar analoge telefoonsignalen (golven, geluid) en tevens het omgekeerde proces uitvoert. Dit wordt modulatie en demodulatie genoemd. Aan deze MOdulatie en DEModulatie heeft de MODEM dan ook zijn naam te danken.

De tweede component van een modem is de zogenaamde firmware. Deze ligt vast in de zogenaamde EPROM, chips met vastliggende instructies van de modem. Met vast wordt hier bedoeld dat de firmware ook in de EPROM blijft staan als de computer en de modem uit worden gezet. De firmware is het 'besturingssysteem' van een modem. Hierin is aangegeven hoe een modem aangesproken moet worden en wat er met de verschillende opdrachten die vanuit de computer komen moet worden gedaan. Opdrachten waar u aan kan denken zijn 'Neem de hoorn van de haak en bel het volgende nummer' of 'Hang op'. Er kunnen ook meldingen van de firmware naar de computer worden verstuurd, bijvoorbeeld 'Ik heb een modem aan de andere kant gevonden en we gaan nu overleggen' of 'De verbinding is goed opgezet, er kunnen nu gegevens worden verstuurd'. Uiteraard wordt deze tekst niet letterlijk doorgegeven, maar in codevorm.

De derde component van een modem zijn de zogenaamde drivers. Eigenlijk is het geen component van de modem zelf, maar meer een component van het besturingssysteem van uw computer. Drivers zorgen er namelijk voor dat het besturingssysteem van uw computer op een goede manier de modem aanspreekt. Een driver is dus zowel van de modem als van het besturingssysteem afhankelijk.

Om een verbinding te krijgen met het Internet moet er met een modem over een gewone telefoonlijn gebeld worden naar een inbelpunt. De telefoonverbinding wordt op de inbelpunten opgevangen door een ander modem. Deze twee modems gaan met elkaar communiceren zodat er op een gegeven moment gegevens over de verbinding verzonden kunnen worden. Om twee modems met elkaar te laten communiceren, moeten ze van elkaar weten wat ze 'zeggen'. Er zijn protocollen ontwikkeld die dit regelen. Voor de snelste analoge modems (56.000 bits per second, ook wel 56.000bps of 56k genoemd) zijn er drie protocollen: 56k-flex, 56k-X2 en 56k-V90. Het eerste was lange tijd min of meer het standaard protocol in Europa, terwijl X2 standaard was voor de Verenigde Staten. Toch waren er mensen in Europa die een 56k-X2 modem aanschaften van bijvoorbeeld US Robotics. Omdat de protocollen van de twee modems aan beide kanten van een telefoonlijn niet hetzelfde 56k protocol hadden, moest er teruggesprongen worden op een ouder en langzamer protocol. Zo kon het gebeuren dat de snelheid van de verbinding 33k6 of zelfs 28k8 was, ondanks het feit dat aan beide kanten een 56k modem zat.

Het beste van beide protocollen is nu verwerkt in het nieuwe 56k protocol V90. Het is dus aan te raden, wanneer u van plan bent om een 56k modem aan te schaffen, ervoor te zorgen dat deze het V90 protocol heeft of op zijn minst op te waarderen is naar dit protocol.

Neem eens een kijkje op de volgende pagina's voor informatie over 56k modems en het V90 protocol:

http://56k.com
http://www.v90.com/

Naast 56k modems zijn er natuurlijk ook nog modems met lagere snelheden. Deze hebben meestal protocollen als V.32 (14,400bps), V.34 (28,800bps) en V.34bis (33,600bps).  Niet alle Internet Providers ondersteunen deze oude protocollen nog.

Een ander belangrijk protocol is die voor de datacompressie. Bij data compressie worden de gegevens die door de modems worden verstuurd eerst samengepakt. Hierdoor kunnen er kleinere pakketjes verstuurd worden en wordt de modemverbinding sneller. Maar beide modems moeten wel van elkaar weten op welke manier ze gegevens inpakken; ze moeten natuurlijk aan de andere kant op een goede manier weer worden uitgepakt. Een belangrijk en goed protocol is het V42-bis Data Compressie protocol. Zorg er dus voor dat uw modem dit protocol ondersteunt.

Modems kunnen in twee grote groepen worden ingedeeld, interne en externe modems.

Externe modems zijn kleine kastjes die u op of bij uw computer zet en alleen hoeft aan te sluiten op een seriële poort, de telefoonlijn en het lichtnet. Als u gebruik maakt van de modem, kunt u aan een aantal indicatielampjes op de modem zien wat de modem aan het doen is. Zo kunt u bijvoorbeeld zien of er een verbinding aanwezig is en of er gegevens over die verbinding worden verstuurd.

Interne modems moeten in de kast van de computer gemonteerd worden. Hiervoor moet u de kast van de PC openschroeven, de modem in een vrij slot steken, eventueel jumpertjes omzetten, vastmaken en de PC weer dichtschroeven. Daarna moet de modem alleen nog aan de telefoonlijn aangesloten worden.

U begrijpt dat voor het aansluiten van een intern modem meer technische vaardigheid vereist is dan het aansluiten van een extern modem.

Daarnaast is het uitproberen en/of vervangen van een extern modem een stuk gemakkelijker dan een intern modem.

Soms is het nodig om een modem even uit en aan te schakelen. Dit is bij een extern modem, waar gewoon een aan/uit knopje op zit, uiteraard een stuk makkelijker dat bij een intern modem. Bij een intern modem moet de hele PC uit en weer aan worden gezet.

Ook heeft u bij externe modems minder last van IRQ-conflicten. IRQ betekent Interupt Request. Een Interupt ReQuest is een vraag om aandacht van de CPU door een component van uw computer, bijvoorbeeld de poort waar het modem op is aangesloten. Daarnaast zijn er zogenaamde 'base adressen'. Dit zijn verwijzingen naar verschillende poorten opdat de computer met een aantal apparaten kan communiceren. Een extern modem maakt gebruik van een reeds aanwezige en (meestal) goed geconfigureerde poort.

Kortom, een extern modem is een stuk vriendelijker in het gebruik dan een intern modem. Een intern modem is vaak een stuk goedkoper dan een extern modem.

In (bijna) alle nieuwere PC's (486 en Pentiums) zit een compoort chip die modern genoeg is om een extern modem goed of zelfs überhaupt te laten werken. Deze compoort chip, ook wel UART genoemd, is dan van het type 16550A of hoger.

Indien uw computer niet een UART van dit type of hoger bevat, is het soms mogelijk om een enkele chip te vervangen. Maar vaak moet een hele I/O kaart, een PC kaart voor in- en uitgaande communicatie (In/Out), vervangen worden.

Indien u een modem koopt, zorg ervoor dat ze te flashen is. Flashen wil zeggen dat er nieuwe firmware in de EPROM van de modem gezet kan worden. Het flashen van de EPROM (of flashrom) van de modem kunt u doen met speciale programma's. Deze programma's worden geleverd door de fabrikant. Vaak zijn deze programma's te downloaden van de website van de fabrikant. Ook wordt er vaak aangeraden geregeld nieuwe drivers voor die modem te installeren. Een goede site vertelt u precies wat u moet doen. Deze punten zijn ook weer argumenten om een modem van een bekend merk te kopen.

Voor meer informatie over flashen van 56k modems:
FAQ over 56k modems
http://56k.com/links/Firmware_Updates/
http://www.v90.com/

De fabrikanten US robotics en Rockwell zijn twee van de weiningen die zelf hun modem-chips ontwerpen. De innovatie van modem-chips komt vooral bij deze fabrikanten te liggen. Hun chips zijn daarom van hoge kwaliteit.

Deze chips komen ook vaak terecht in modems van andere fabrikanten. Vraag daarom altijd wat voor chipset er in een modem zit.

Hierboven is eigenlijk steeds gesproken over zogenaamde hardware modems, ook wel hardmodems genoemd. Naast hardware modems zijn er echter ook software modems of softmodems. Bij dit soort modems is de functionaliteit van de datapomp niet in de hardware 'ingebakken', maar kan softwarematig worden aangepast. Hieronder vindt u enige uitleg over verschillende softmodems.

DSP modems

Een DSP (Digitale Signaal Processor) modem heeft een speciale microprocessor aan boord, de zogenaamde DSP. Deze processor is speciaal ontwikkeld voor algemene omzettingen van analoge signalen naar digitale data en andersom. Deze processor kan geprogrammeerd worden voor verschillende taken, onder ander voor de omzetting van signalen met betrekking tot een telefoonaansluiting. Theoretisch zijn DSP modems dus gemakkelijk op te waarderen met nieuwe en betere protocollen. Helaas valt dit in de praktijk nogal tegen.

Daarnaast zijn DSP modems vrijwel alleen geschikt voor windows95/98/NT. Dus voor Linux, Macintosh, Unix en andere besturingssystemen moet veel meer moeite worden gedaan om de modem aan de praat te krijgen. Soms moeten er van de grond af drivers worden geschreven.

Winmodems en HSP modems

Bij een Winmodem of HSP modem ontbreken in vergelijking met gewone modems een aantal chips. Dit zijn juist de chips die normaal gesproken de gegevens die over de telefoonlijn gestuurd worden, verwerken. Bij dit type modems worden de processen van deze chips door de processor overgenomen. Vandaar de afkorting HSP, Host Signal Processing (waarbij met Host de computer waar het modem inzit wordt bedoeld). Als u in het bezit bent van een niet zo'n vreselijk snelle computer, zal de rest van de programma's aan snelheid inleveren. Dit kan uiteraard ook bij snellere computers gebeuren.

Net als bij DSP modems, zijn Winmodems en HSP modems vrijwel alleen geschikt voor windowssystemen

Mwave modems

Een Mwave kaart is een geluidskaart en modem in één. Dit is handig, want daardoor heeft u nog een extra slot in uw computer over voor een andere kaart. Helaas hebben Mwave modems, net als HSP modems, de eigenschap om de omzetting van digitale naar analoge signalen uit te besteden aan de CPU. Voor hele snelle computers (bijvoorbeeld een Pentium III 500MHz) is dit niet echt een probleem, maar als u een minder snelle machine heeft, kan dit voor hinderlijke vertragingen zorgen. Daardoor wordt het tegelijk afspelen van muziek en het gebruik van uw modem vaak een probleem.

<terug>